donderdag 31 juli 2008

Dertig

Het gebruik van chloor in de schoonmaak is hier nog heel algemeen. Ik heb een benedenbuurvrouw (die ik van schoonmaakwoede verdenk) die wekelijks haar binnenplaatsje en haar balkon een frisse chloorbeurt geeft, waardoor bij mij de ogen beginnen te tranen en mijn plantjes amechtig om genade smeken. Ook de entree van onze flat krijgt van de concierge regelmatig een pittig sopje. De status die chloor hier kennelijk heeft als betrouwbare en effectieve vuilbestrijder zal veel te maken hebben met de wijze waarop het spul wordt verkocht, namelijk als een chloorzoutoplossing, hier lejía geheten, in jerrycans van bij voorkeur vijf liter met daarop de aanbeveling dat een paar druppeltjes uw kraanwater veilig drinkbaar maken, mevrouw. Als bleek blijkbaar goed is voor het lichaam, hoe zal het dan de omgeving schade toebrengen? De gebruikers van deze dunne glorix zijn in meerderheid vrouwen van de generaties die zich nooit met iets anders dan het huishouden hebben beziggehouden, een gestaag ouder wordende maar voorlopig nog nauwelijks in omvang slinkende groep. Hoewel in theorie voldoende van hen de kans hadden hun leven een wending te geven, was in de praktijk het dagelijks bestaan te sterk met de ouderwetse manvrouwverhouding doordesemd om de overstap naar de nieuwe tijd aan te durven. Zoals overal waar de maatschappelijke ordening drastisch omver is geworpen, is dertig een cruciale leeftijdsgrens gebleken. De jongeren waren flexibel genoeg om zich de nieuwe werkelijkheid eigen te maken, voor wie ouder was kwam de omwenteling te laat. Dertig jaar, het is uiteraard de gevoelde leeftijd, voor sommigen komt die pas na hun veertigste terwijl anderen er al op hun twintigste aan toe zijn, maar hoe dan ook is het een opmerkelijk harde grens. Ga maar kijken, overal waar de ene werkelijkheid door de andere is vervangen, en vergeet niet, als straks de consumptiemaatschappij niet meer bestaat kun je je maar beter twintigplus voelen.

woensdag 30 juli 2008

Alleen

Iedere vrijdagavond nemen tienduizenden Barcelonezen de wijk haar hun tweede huisje in de bergen of aan zee. Ik heb die wekelijkse vlucht de eerste jaren van mijn verblijf hier nogal vreemd gevonden, een tikje overdreven in elk geval. Je woont toch ergens omdat je daar woont en de stad heeft evidente voordelen boven het platteland. Alles is op loopafstand te vinden en als je wat verder moet is er het openbaar vervoer. Kom daar eens om in een dorp. Dat dwingt je om voor het minste of geringste de auto te pakken. Heb jij de sleutels gezien, schat? De stad zou meer moeten zijn dan de plek waar je je brood verdient. Maar toen ik na een korte vakantie op Menorca voor het eerst weer de binnenstad inging voor enkele affaires en aankopen, begreep ik de drang naar buiten opeens wat beter. Het valt niet te ontkennen dat we hier boven op elkaars lip zitten. Je bent in deze stad altijd en overal door mensen omgeven. Nooit is het leeg of stil. Waar je ook komt, je voelt de aanwezigheid van lotgenoten. Je voelt hun lijfelijke warmte, je voelt hun onrust, hun frustraties, hun gedachten. Hoe goed de Barcelonezen ook geleerd hebben om langs elkaar heen te leven, om zich niets van elkaars behoeften en verlangens aan te trekken, toch zijn ze zich voortdurend van elkaars nabijheid bewust. Het is onmogelijk om hier alleen te zijn, daarvoor is het simpelweg te druk. Alleen thuis in je eigen krapbemeten flatje kun je de illusie koesteren dat er verder niemand is. Zo gauw je de straat op gaat, deel je de atmosfeer met vele duizenden anderen. Overal ben je door hoge gevels omgeven, nergens vind je open ruimte of leegte of zelfs maar tijdelijke stilte. De weinige parken en plantsoenen zijn altijd vol. Vol, zo is het hier, van een heel andere orde dan ik gewend was. Na mij er uit nieuwsgierigheid en wellust aan te hebben overgegeven, voel ik inmiddels een zekere verzadiging. Ik wil ook wel eens naar buiten. Als een echte Barcelonees.

dinsdag 29 juli 2008

Fruitvliegjes

Om in Menorca te komen namen we op het pleintje om de hoek de metro die ons rechtstreeks naar halte Drassanes aan de voet van het standbeeld van Colon bracht. Zijn fier wijzende arm volgend kwamen we na tweehonderd meter lopen bij de kade waar de speedboat naar Ciutadella vertrok. Het was een tamelijk grote speedboat, met ruimte voor vijfhonderd passagiers plus een rijtje personenauto’s en vrachtwagens. Bij een gangetje van 35 knopen zou het schip er vier uur over doen, beloofde de dienstregeling. Die wordt eigenlijk nooit waargemaakt. Vijf uur is een reëlere inschatting, zeker als een allerlichtste zeegang een volle plané al onmogelijk maakt. Aan boord van de Ramon Llull (joej, niet lul), vernoemd naar de eerste grote schrijver en taalschepper van het Catalaans, die leefde van 1232 tot 1315, heerste een ijzige koude. Het was er letterlijk om te vriezen. Nadat de aanvankelijke ergernis in berusting was weggezonken, volgde het begrip. De deining wiegde het schip heen en weer en soms, als zee en schuit even niet op dezelfde golflengte zaten, volgde er een duik voorover. Her en der werden de eerste spuugzakjes uit het opbergvak in de stoel voor u gehaald en met de nodige onsmakelijke geluiden gevuld. Stel dat het aan boord 25 graden was geweest, zoals de norm aan land deze zomer voorschrijft, welk een weeë lucht zou dan de atmosfeer hebben doortrokken en hoeveel passagiers zouden dan niet het laatste verzet tegen de misselijkheid hebben moeten opgeven. Nu zaten de reizigers als een stel onderkoelde fruitvliegjes te wachten tot ze aan de overkant terug de hitte en het leven in mochten stappen (en als ze in de tussentijd aan een bestuivingsexperiment waren onderworpen, dan zouden ze te zwak zijn geweest om daar bezwaar tegen te maken). Een disneyfilm hield ondertussen het laatste restje hersenactiviteit in bedwang. Op de terugweg was de zee blak als een spiegel en inderdaad was de temperatuur een stuk aangenamer. De disneyfilm, voor wat hoort wat, wekte deze keer beduidend meer ergernis op.

maandag 28 juli 2008

2010

De sjieke kant van Menorca is zonder enige twijfel de westkust, met als stralend middelpunt het stadje Ciutadella. Het eerste wat bij binnenkomst opvalt is het ouderwetse straatbeeld. Nergens in de goeddeels autovrije binnenstad vind je schreeuwerige reclames of dito troepen toeristen. Hoewel het er als overal is vergeven van de aankopende wandelaars, gaat het er gemoedelijk en beminnelijk aan toe en kun je op je gemak de goed onderhouden zandstenen woonhuizen en kerkjes bekijken. Een rol hierin spelen de terrasstoelen die bij gemeentelijke verordening in hout en linnen zijn uitgevoerd en voor het gemak allemaal hetzelfde model regisseursstoeltje zijn. Die vreselijke uit een stuk gestanste plastic kuipen zie je nergens. Na een uurtje rondlopen valt op dat de talloze kunstnijverheidswinkeltjes in meerderheid mooie spullen verkopen. De Balearen waren altijd al een toevluchtsoord voor artistiekelingen en zoals overal is het niet iedereen gegeven om met Kunst een boterham te verdienen. Het gebruikelijke alternatief, geinige serviesjes en gordijnen ontwerpen, heeft in Ciutadella tot verrassende kwaliteit geleid. Een specialiteit van de stad is leerbewerking. De avarcas, leren en suède slippers, zijn in heel Spanje een begrip. Ook schoenen, jassen, tassen en riemen zijn bijzonder smaakvol en trendsettend ontworpen en met zorg en aandacht in eigen omgeving vervaardigd. Boodschappen doen, niet de favoriete bezigheid van de reiziger, wordt hier zowaar een aangenaam tijdverdrijf dat hooguit de bankrekening bezuurt. Uit eten gaan is al even prettig. Wie er een neus voor heeft, vindt een keur aan uitstekende restaurants met moderne mediterrane keukens die nauwelijks onderdoen voor wat er in het rijk voorziene Barcelona aan culinaire genoegens is te beleven. Ciutadella is klein. Je loopt er zo doorheen. Aan de rand worden steeds meer braakliggende perceeltjes in vrijstaande woningen met een erfje omgezet. In het centrum staat een groot aantal panden te koop. Voor binnenkort te pensioneren hippies is Menorca een ideale plek om de levensdagen te slijten. Rust, ruimte, frisse lucht en een blijmoedig uitgedragen geloof in schoonheid als leidend principe voor het menselijk handelen, het is hier allemaal aanwezig. Wees er snel bij.

zondag 27 juli 2008

Gewilde bestemming

Het strategisch gelegen eiland Menorca, halverwege Spanje en Sardinië, halverwege Frankrijk en Algerije, is altijd al in trek geweest bij omwonende volken. Om die reden is er vaak om gevochten. Deze zomer 450 jaar geleden vereerden de Turken het eiland met een bezoekje. Waarschijnlijk was het ze toch iets te ver weg, want ze beperkten zich tot wat moorden en brandschatten, waarna ze er met medeneming van vrijwel alle overlevenden (voor de verkoop) weer vandoor gingen. In de achttiende eeuw zaten de Engelsen er en daarna was het heel even de beurt aan de Fransen, maar nog onder Napoleon viel Menorca definitief aan de Spaanse kroon toe. Na de staatsgreep van 1936 was Menorca een laatste bolwerk van vrijheid en verzet. Pas in ’39 werd het eiland aan de fascistische eenheidsstaat toegevoegd, onder bemiddeling van de Engelsen die er gelijktijdig voor zorgden dat een groot aantal politieke vluchtelingen een veilig heenkomen vond. De Engelse invloed is vooral aan de oostkust nog goed zichtbaar. Overal forten en Engels aandoende landhuizen waar de eilandvoogden tijdens hun station verbleven. Wij logeerden in de voormalige woning van admiraal Collingwood, op de zuidoever van de baai van de hoofdstad Maó. Hoog op de andere oever was de admiraalswoning van zijn strijdmakker Nelson goed zichtbaar. Veel Engelse gasten, uiteraard, en de bijbehorende afschuwelijke koffie. De oudste resten van bewoning zijn gedateerd op zo’n duizend voor Christus en bestaan uit van grote vierkante en platte stenen gebouwde huizen en kapellen, meestal in een natuurlijke kuil of grot aangelegd. Eerst de Grieken en later de Romeinen hebben de bouwwerken die ze aantroffen aan hun eigen kunde en noden aangepast, wat het interpreteren van de steenstapels niet eenvoudig maakt. Menorca meet 40 bij 15 kilometer. Het hoogste punt is een 350 meter oprijzende rots vanwaar je het hele eiland kunt overzien. Op de droge graslanden grazen magere koeien en schapen. Hier en daar wordt akkerbouw gepleegd en er is een bescheiden wijnindustrie in opkomst. Soms kom je een idyllisch verscholen landhuis met fraai onderhouden tuin tegen. Opmerkelijk zijn de middelhoge muurtjes van gestapelde keien, aan de bovenzijde afgedekt met een laagje kalk, waarmee de vaak piepkleine percelen zijn omgeven. Het ziet er genoeglijk uit, maar het maakt van de landbouw naar hedendaagse maatstaven een onpraktisch bedrijf. Omdat Menorca in zijn geheel tot biosfeerreservaat is uitgeroepen, vormt behoud van de landschappelijke kwaliteit voor veel boeren een belangrijke inkomstenbron.

maandag 21 juli 2008

Crack passé

Hij is weg. El Gaucho, el Crack, Ronnie, Dinho, Ronaldinho de Assis is vertrokken bij FC Barcelona. Geen onmogelijke passeerbewegingen met de linkervoet meer, geen splijtende passes uit stilstand, geen schitterende doelpunten, geen reclame voor toetjes en deodorant, zelfs geen wanhopige gebaartjes naar de scheidsrechter nadat steeds vaker een actie mislukt was. Ronaldinho verdwijnt van de Catalaanse televisie. Afgelopen week was de plaatsvervangend voorzitter van AC Milan op bezoek om hem te kopen. Al wekenlang wilde deze meneer Galliani, die met zijn grote kale hoofd en zijn dikke neus net een boef uit Kuifje lijkt, niet meer dan de helft betalen van wat Manchester City, zo’n beetje het FC Den Haag van Engeland, bood. Maar Ronnie naar de kou en de droefenis van de second city, dat kon toch niet? Of Galliani er in elk geval tien bovenop kon doen, dan mocht el Crack, de enige die in bewondering met Cruyff en Romario heeft kunnen wedijveren, naar het wereldse Milaan. En zo kocht AC Milan, eigendom van de man die minister-president is geworden om uit de gevangenis te blijven en al eerder op grandioze wijze figurerend in dit blog, na Ronaldo alweer een uitgedoofde Braziliaanse ster in España op. Van Roni hebben we na twee fraaie doelpunten op voetbalgebied nooit meer iets vernomen en Ronnie dreigt hardnekkig dezelfde weg op te gaan. Waarom is Milan bereid Real Madrid en Barcelona van hun waardeloos geworden investeringen af te helpen? Welke geheime afspraak steekt hierachter? Hebben ze soms geld teveel? Het is waar dat die jongens een fikse tegenwaarde in verkochte voetbalshirtjes en prullaria vertegenwoordigen, maar zeker in de top van de Olympus is roem zeer vergankelijk. Welke jongen wil nog een hemd van de oude Ronaldo aan? Hoeveel Ronaldinhoshirts zullen er verkocht zijn voor hij door de mand valt? De tijd zal antwoord op de laatste vraag geven. De eerste zal nog heel lang onbeantwoord blijven.

zondag 20 juli 2008

Oude knakker

Op een zwoele zomeravond galmt Bruce Springsteen door de wijk. Het op leeftijd rakende baasje treedt op in Camp Nou en dat horen wij hier even goed als een geslaagde voorstelling van de vaste bespelers van dit stadion, overigens alweer even geleden. De ondergrondse reiziger, net hersteld van een pittig griepje, is onvoldoende fan om liedjes te herkennen. Zijn geliefde en zijn schoonzus, toevallig op bezoek, hebben er minder moeite mee. Het is festivaltijd. In Benicassim, even boven Castellón de la Plana, vindt het jaarlijkse uit zijn krachten gegroeide voormalige hippiefestijn plaats en in Barcelona en Madrid wordt het op twee avonden tegen elkaar in geprogrammeerde Summercase gehouden. De ene helft begint hier en de andere helft begint daar en de volgende dag is de programmering precies andersom. Overal treden volop oude knakkers op. Blondie, The Sex Pistols, Nick Cave en de tweede generatie ouwe lullen van Tricky en Primal Scream, om een handvol te noemen. En dan was van de week Tom Waits ook nog in town. Als geen ander weten deze rotten het makkelijk juichende publiek te bespelen, al klinken de stemmen niet meer zo fris als voorheen en hebben de teksten in de afgelopen kwart eeuw een hoop aan zeggingskracht ingeboet. Dat mag niemand deren. Er zijn ’s zomers zoveel podia beschikbaar en wat er tegenwoordig tot de mainstream weet door te dringen is schijnbaar zo bedroevend van kwaliteit, dat het lijkt of iedere gek die beweert dat hij vóór negentientachtig een gitaar in handen heeft gehad een optreden kan regelen. Je zou haast de indruk krijgen dat een pruik en een zonnebril al genoeg zijn.