zondag 11 november 2007

Nieuws

La Bisbal del Penedès is een dorpje van 3.000 inwoners in de wijnstreek Penedès, halverwege Barcelona en Tarragona. Burgemeester Josep Maria Puigibet heeft het nieuws gehaald door een bouwbesluit van zijn voorgangster terug te draaien. Dat bestond uit de aanleg van een bedrijventerrein plus 1.200 woningen in stapelbouw. Puigibet kreeg steun van een onafhankelijk raadslid en zette daarmee de traditioneel sterke socialistische partij en CiU te kijk. Wij wonen hier tot ons genoegen in een landelijke omgeving en wij laten ons door de stad geen bouwprogramma’s opleggen, motiveerde de burgervader zijn besluit. Het grote nieuws is feitelijk dat het nieuws is. Sinds jaar en dag wordt er geklaagd over de ongebreidelde bouwzucht van aannemers en bestuurders. De kust verdwijnt langzaam onder de urbanizaciones, met een pennestreek worden waardevolle natuurgebieden prijsgegeven. Naar aandacht hengelende politici roepen dapper dat illegaal gebouwde hotels weer moeten worden afgebroken, maar ondertussen gebeurt er niks. Dat wil zeggen er wordt vrolijk verder gebouwd, in afwachting van het moment dat de op woekerwinst parasiterende bedrijfstak eindelijk implodeert. Nu komt dus een klein burgemeestertje tegen de voortschrijdende vanzelfsprekendheid in het geweer. Ik voer slechts ons verkiezingsprogramma uit, zegt Puigibet bescheiden. De kiezers hebben zich voor duurzame ontwikkeling van onze gemeente uitgesproken, en daar hoort dit soort speculatie niet bij. De verwijzing naar het electoraat is een speldenprik aan zijn voorgangster die per burgemeesterlijk besluit, dus buiten de raad om, haar goedkeuring gaf aan de nu vernietigde plannen.

zaterdag 10 november 2007

Overboord

Hoe doen schipbreukelingen onder elkaar? Julian Barnes fantaseerde erover in zijn boek A history of the world in 10½ chapters, in het hoofdstuk gewijd aan het schilderij Het vlot van de Medusa, van Eugène Delacroix. Barnes stelde zich voor dat het vlot aanvankelijk afgeladen was geweest, zo vol dat iedereen moest staan en men elkaar ’s nachts onverhoeds in zee kieperde om ruimte te maken. Op het doek van Delacroix zijn we de onvermijdelijke afloop al dicht genaderd. Dat Barnes het goed had gezien, blijkt uit het relaas van Leidi Fall, een 29-jarige Senegalees die als enige een mislukte oversteek van Mauretanië naar de Canarische eilanden heeft overleefd. Op 3 oktober jongstleden vertrok schipper Fall met 56 opvarenden plus proviand in een open schuit uit de havenstad Nuadibú. Zijn loon: 200 euro plus twee zitplaatsen om naar eigen goeddunken aan de man te brengen. Op 157 kilometer van Gran Canaria, aldus de GPS, was het tijd om diesel bij te tanken. Toen bleken de geleverde jerrycans water te bevatten. Ze waren gefopt. Iedereen schreeuwde, sommigen begonnen te bidden, anderen huilden als kleine kinderen, vertelde Leidi Fall aan El País. Stuurloos dreef het bootje op de stroom mee, in de brandende zon. De passagiers raakten onderling slaags. Wie in slaap viel werd gauw door een ander overboord geduwd, zonder dat de rest ingreep. Toen de laatste hap rijst gegeten was, sprongen tien Malinezen spontaan in zee. De overigen vielen een voor een in slaap om nooit meer wakker te worden. Aanvankelijk wierp Fall de doden na een kort gebedje in zee, maar op het laatst had hij daar de kracht niet meer voor. Zo werd hij na 21 dagen ten zuiden van Kaapverdië gevonden. Met opgetrokken knieën, de enige houding die hij nog kon verdragen, lag hij te wachten tot God redding zond. Die kwam in de vorm van de Spaanse viskotter Tiburon III. De vissers zagen een scheepje dobberen met acht lijken erin. En toen stak een van de lijken zijn hand op, vertelt visser José Maria Abreu.

vrijdag 9 november 2007

Karikatuur

Er stond een moordenaar in de metro. Ik zag het aan de kleine dingetjes. Hij had mooie fijne handen. Waarschijnlijk was hij vroeger een heel mooi knaapje, een schattig jongetje dat door zijn verliefde moeder net even te veel talenten was toegedicht. Hij had haar teleurgesteld, het knaapje. Zijn vingers waren nog even slank, maar zijn polsen waren dik en harig geworden. Zijn kin had iets onbehouwens gekregen, zijn mooie grote kinderogen waren steeds verder gaan uitpuilen, zijn haar werd al dunner. Hij was een karikatuur van een kind geworden. Hij verfde sinds kort zijn haar. Dat stond hem goed, al kon het niet verhullen dat zijn jeugd hem voorgoed had verlaten. Hij zou nooit meer die gevierde violist worden. De mislukking hing als een zure lucht om hem heen. Het was hem niet eens gelukt een vrouw te vinden die af en toe een flesje after shave voor hem kocht. Hij stond er alleen voor. Niemand wou hem helpen. Ze liepen allemaal in de weg. Het was begonnen met zijn moeder, die hem met haar onredelijke verwachtingen van de wijs had gebracht. Zijn moeder was nu dood. Dat was een hele opluchting gebleken. Maar het was niet genoeg. Daarom stond hij in de metro, de moordenaar, op zoek naar verlossing. De twee veiligheidsbeambten hadden niets in de gaten. Die waren op heel andere kenmerken geïnstrueerd. De vrouw vlak naast hem zag het wel. Ze voelde het gevaar maar was niet bang. Hier kon hij immers niks beginnen. Als hij al het talent bezat om zo’n opdracht tot een goed einde te brengen. Daarvoor leek de geur van mislukking te sterk.

donderdag 8 november 2007

Afvalverwerking

Evenals Italië is Spanje in trek bij Roemenen. Misschien moet je zeggen dat ze uit wanhoop hun land ontvluchten en op zoek gaan naar een plek waar weer en taal aanknopingspunten bieden. In de bouw is veel vraag naar Roemenen. Ze kosten weinig en stellen geen vragen over levensgevaarlijke werkomstandigheden. Waar Roemenen komen, daar laten de zigeuners niet lang op zich wachten. Roemenen en hun zigeuners: ze zijn als ruziënde echtelieden tot elkaar veroordeeld. De zigeuners leggen zich toe op de afvalverwerking. Ze gaan met een boodschappenkarretje langs de vuilcontainers en vissen er plastic voorwerpen en brokken metaal uit. Als ze geluk hebben staat er een computer of een reparabel bankstel op straat. Dankzij het toenemend aantal huisuitzettingen hebben de zigeuners steeds vaker geluk. In mijn buurt opereren twee vrouwen van onherkenbare leeftijd. Ze kunnen evengoed twintig als vijftig zijn. Dragen ze al jong de ouderdom in hun gezicht, of houden ze iets jeugdigs? Allebei, eigenlijk. Gisteren hadden ze twee mannen bij zich. Ik zag ze verheugd een oude radio uit het restvuil vissen. Met een schroevendraaier nam een van de mannen het apparaatje onder handen. Wie heeft daar nog belangstelling voor, vroeg ik mij af. Ik besefte dat hun grotendeels Oosteuropese kennis niet tegen de nieuwste generatie gadgets is opgewassen. Bij een gemiddelde omloopsnelheid van een jaar houdt trouwens niemand de ontwikkelingen bij. Zou die hier weggeworpen radio straks in een Roemeens provinciestadje te koop staan in een kraampje langs de weg? Met heel veel moeite en geduld is dan weer een euro verdiend. De kosten drukken, dat lijkt de beste strategie.

woensdag 7 november 2007

Deken

Ik moest gisteren in El Prat zijn. El Prat is een groeikern langs de rivier de Llobregat, ingeklemd tussen twee werkgeefgebieden, het gelijknamige vliegveld en het industriegebied van Barcelona. Ik was bij de firma Verpakkingen & Dozen, waar ik sinds kort tweemaal per week een in company cursus Engels verzorg. Vanuit het vergaderzaaltje waar de bijeenkomsten plaatshebben, had ik uitzicht over de Zona Franca en daarachter Montjuic met de radiotoren en het Museu Nacional. Het panorama ging gehuld in een sluier van stof, overdekt met een kameelkleurige deken die als een soort deksel op de pan lag. Als ik niet had geweten wat ik zag, had ik evengoed niets kunnen zien. Iedere dag worden hier enorme hoeveelheden zwavel en stikstof de lucht in geblazen. Bij mooi rustig herfstweer, zoals we nu al een tijdje hebben, blijft die rotzooi lekker hangen onder de koudere luchtlagen erboven. Het is wachten op regen of een snijdende bergwind die de troep naar zee blaast. Ondertussen vindt dat wachten vooral in de auto plaats. De uitval van het treinverkeer heeft de laatste OV-gelovigen in de auto gejaagd. Alleen wie niet over zo’n ding beschikt laat zich met de bus vervoeren. Als straks over twee maanden – de politiek belooft een maand, keer twee – de treinen weer normaal rijden, zal de vertrouwenscrisis onherstelbare schade hebben toegebracht aan de gezondheid. Niets zo wurgend als onzekerheid. Mensen staan liever iedere dag geheid een half uur in de file dan het risico te moeten lopen hun trein niet te halen. En dat alles omdat er een tunnel instortte. Hoe sneller de economie groeit, des te wankeler het kaartenhuis dat zij bouwt.

dinsdag 6 november 2007

Praten in kringen

Voetbal is belangrijk, maar nog veel belangrijker is praten over voetbal. Het praten begint op zondagavond tijdens het eerder genoemde tvprogramma Vertel me nou niet dat je niet van voetbal houdt. De oud-spelers Jorge Valdano en Albert Ferrer becommentariëren de wedstrijden van gisteravond en laten alvast doorschemeren wat ze van de op dat moment gespeelde partijen vinden. Later op de avond wordt deze opzet op La Dos nog even nagedaan. Maar het grote praten in kringen, hier een tertulia genoemd, begint op maandag. De tertulia is bij uitstek een regionaal programma. Allemaal dezelfde favoriete club hebben, dat maakt een gesprek wel zo aangenaam. Laat je een culé en een merengue over voetbal beginnen, dan heb je oorlog. Vorig seizoen gold de wijde kring zonder tafel als ideaal. De presentator heeft aan weerszijden minstens vier naar het studiopubliek gekeerde deskundigen zitten – waarbij het zijn van vriendin van een voetballer ook als deskundigheid wordt aangemerkt – en vraagt een van zijn gasten commentaar te geven op een krantenkop of andere belangwekkende cafékwestie. Vervolgens begint de aangesprokene te praten. Wat hij zegt doet niet ter zake, het gaat erom dat hij praat. Want als hij praat is hij in beeld en wordt hij misschien nog eens uitgenodigd. Na vijf minuten geouwehoer beginnen de andere gasten zich dat ook te realiseren. Zij willen ook in beeld. Ze gaan dus meepraten. Sommigen weten het zwenkend cameraoog te vangen, anderen schreeuwen gewoon op de achtergrond. Alles kwekt door elkaar heen, tot de presentator een nieuwe vraag stelt, die iedereen tegelijk begint te beantwoorden. Dit seizoen is de stamtafel weer in de mode, maar aan het wezen van het kringgesprek verandert dat weinig. Het blijft een zinloze chaos, die maar tot één conclusie leidt: el fútbol es así.

maandag 5 november 2007

Trots op Amsterdam

Ik was weer even in de oude stad. Ik trof het. Ik mocht een weekend mee op de slippen van de zelfbeoogde nachtburgemeester Alfredo Ex, alias Dr. Freakenstein alias de Bogeyman. Ik was onder de indruk van zijn leeftijd en zijn ruime ervaring, onontbeerlijke eiggenschappen voor een dergelijke verantwoordelijke functie. Zo kwam ik nog eens ergens. Ik stelde vast dat sommige nachtvlinders zijn uitgevlogen en dat er nieuwe exotische exemplaren rondfladderen. Ik hoorde de gebruikelijke jammerklachten over het verval der zeden aan – omdat de toeristen zich niet weten te beheersen mogen de kabouters opeens geen paddestoelen meer plukken – maar ik proefde ook een zekere strijdbaarheid, een bij steeds meer mensen postvattende gedachte dat nu de bodem van de put wel is bereikt en dat de tijd is gekomen om een positieve, mens- en natuurvriendelijke leefwijze uit te dragen. In de tram dacht ik daar langer over na. De roep om eensgezinde opvattingen heeft inmiddels zoveel verdeeldheid geoogst, dat een verdeelde opstelling – ik ben anti – niet langer revolutionair genoemd kan worden. Het is juist heel erg establishment om anti te zijn, het systeem is immers tegen iedere vorm van verdraagzaamheid gericht. Iedere poging tot onderling begrip wordt door politiek en media kapotgepraat. Daar heeft een groeiende groep mensen genoeg van. Door onzichtbare schakels verbonden laten steeds meer mensen zich door al dat gesodemieter niet langer de kop gek maken. Dat deed mij goed.